Blauwborst
Luscinia svecica

Hoe zie ik eruit?
 

  • Ik ben een opvallend klein vogeltje met een fel blauwe keel en borst (mannetje). 
    Of ik ben eerder bruin met witte borst en keel met hier en daar wat blauw (vrouwtje).

     

  • Mijn slanke lichaam wordt rechtop gehouden door twee lange smalle poten.
     

  • Als ik vlieg, valt vooral mijn roestrode staartvlek op aan mijn staartbasis.
     

  • De bovenkant van mijn verenkleed is over het algemeen bruingrijs terwijl ik onder mijn gekleurde borst eerder gebroken wit ben.
     

  • Ik heb een opvallende witte wenkbrauwstreep.

Foto: (c) Edwin Bosch

Hoe klinkt mijn lied?
 

Verstopt in het riet of in het dichte struikgewas steek ik van wal met een herhalende, harde en metalige “zruu” of “zri-zri-zrUUT”.

Ik versnel deze klanken tot ik plots overga in een melodieuze krachtige zang boordevol gemengde noten en ritmes. Terwijl mijn zang vlieg ik op en laat me terug vallen.
Vaak kan je vele imitaties van andere vogels in mijn zang terugvinden.

 

Mijn lied lijkt op die van een nachtegaal, maar is minder warm, eerder hard.

Blauwborst
00:00 / 01:24

Foto: (c) Edwin Bosch

Bron: www.xeno-canto.org/471499 door Stanislas Wroza

Wat eet ik?
 

Ik eet voornamelijk insecten, larven, slakjes en zaden. Hiervoor zoek ik op de grond, tussen het struikgewas. Daar ben ik veilig en kan ik me snel verstoppen als ik iets verdachts zie.

Waar leef ik?
 

Ik ben een echte zonneklopper en ben vooral te zien in de periode van maart tot september. Tijdens de winter verblijf ik in het verre Afrika en Zuid-Azië. Ik hou van dicht struikgewas of riet en ben vaak in de buurt van water te vinden waar er een overvloed is aan lekkere insecten. 

27670932897_5fdb2ca497_o.jpg

Foto: (c) Jan Jongejan

Wist je dat?
 

Hoewel mijn naam doet vermoeden, ben ik geen familie van de roodborst. Ik ben eerder verwant aan de nachtegaal, die andere vogel die zo mooi kan zingen. In verschillende dialecten wordt ik zelfs rietnachtegaal, waternachtegaal of poldernachtegaal genoemd.