Boomkruiper
Certhia brachydactyla

Hoe zie ik eruit?
 

  • Ik ben een klein bruin vogeltje met een overwegend schorsbruin gevlekte bovenkant. 
     

  • Mijn onderzijde, keel en buik is roomwit. 
     

  • Ik heb een kleine en fijne, maar stevige kromme snavel.
     

  • Met mijn extra lange teennagels heb ik een betere grip op boomstammen
     

  • Dankzij mijn lange stugge staartveren vind ik steun op de verticale boomstam.

16306823097_99a5454513_o_edited.jpg
40782697252_6ccb1193a2_o.jpg

Foto: (c) Boele Siepel

Hoe klinkt mijn lied?
 

Vanuit de bomen weerklinkt mijn ratelende liedje. Ik produceer gelijke hoge tonen die versnellen en eindigen in een triller: “tiet tiet tiet-er-oi-iet” of “Tuut e-to e-tiTITT”.

 

Mijn contactroepjes zijn zeker zo hoog en simpel: “Tuut tuut tuut” of “Sriet sriet sriet”.

Boomkruiper
00:00 / 00:36

Bron: www.xeno-canto.org/409141 door AUDEVARD Aurélien

Foto: (c) Paul Schrama

Wat eet ik?
 

Als een muisje, klimp ik in schokjes naar omhoog langs een boomstam, op zoek naar kleine insecten, spinnetjes en larven. Met mijn korte gebogen snavel, peuter ik wat lekkers los van achter de boomschors. Ik begin meestal aan de voet van de boom en kruip in een spiraal naar omhoog tot ik boven ben. Daarna vlieg ik terug naar de voet van de volgende boom.

Waar leef ik?
 

Zowel loofbossen als naaldbossen vormen het hele jaar een thuis voor me. Ook parken en tuinen met voldoende bomen bezoek ik regelmatig. Met mijn schorskleurige pakje aan ben ik heel goed gecamoufleerd en kan ik zonder zorgen mijn maaltje bijeen rapen op de boomstam.

41057617932_1359085956_o.jpg

Foto: (c) Ouwesok

Wist je dat?
 

Omdat mijn middelste staartveren enorm belangrijk zijn om genoeg steun te vinden op de boomstam, kan ik ze nauwelijks missen. Tijdens de rui verwissel ik mijn verenpak, maar mijn middelste staartveren blijf ik zo lang mogelijk gebruiken. Eerst vervang ik mijn buitenste staartveren en daarna zijn de middelste aan de beurt. Maar weinig andere vogels, behalve de spechten, doen mij dit na.