Dodaars
Tachybaptus ruficollis

Hoe zie ik eruit?
 

  • Ik ben de kleinste futensoort hier en heb een gedrongen lichaam.
     

  • Mijn kop is kort en rond evenals mijn kleine, dikke snavel. Aan de basis van mijn snavel heb ik een witte vlek.
     

  • In de zomer ben ik over het algemeen donkerbruin met een kastanjebruine oorstreek en voorhals. 
     

  • Mijn winterkleed is minder fraai en eerder grijzig bruin zonder opvallende kleuren.
     

  • Op mijn poep heb ik een fluffy witte poederdons.
     

  • Wanneer mijn jongen zijn uitgekomen, liften ze vaak mee op mijn rug op het water.

36220481825_f627e9248f_o.jpg

Foto: (c) Rob Zweers

Hoe klinkt mijn lied?
 

Ik maak vele diverse hoge geluiden zoals “bie-iep” en “bit, bit, bit”.

 

Mijn meest opvallende zang is toch wel het plotse ratelende gehinnik in het voorjaar dat uit het riet of struikgewas opstijgt en ver over het water draagt: “HèHèHèHèhèhèhèhèhèhèhèhihihihihihick”.

Dodaars
00:00 / 00:12

Bron: www.xeno-canto.org/543288 door Alain Malengreau

Foto: (c) Willem de Wolf

Wat eet ik?
 

Net als andere futen, duik ik achter mijn prooien tot zo’n twee meter diep. Onder het wateroppervlak kan ik naast vis ook schelpdieren, waterslakken, insecten(larven) en larven van amfibieën vinden die ik eenmaal terug boven met smaak oppeuzel. 

Waar leef ik?
 

Ik ben vrij schuw verstop me graag tussen oevervegetatie op meertjes, poelen, in sloten, grachten en kleine binnenrivieren. Ik duik vaak onder water, op zoek naar eten of om me te verbergen. Ook onder water moet er voldoende vegetatie aanwezig zijn om voldoende voedsel te kunnen vinden. Vaak zijn moerassige plassen en kreken met veel planten ideaal.

Foto: (c) Willem de Wolf

Wist je dat?
 

Niet enkel het luide gehinnik is vrij speciaal en uniek aan mij, maar ik wordt ook niet voor niets een ‘Dodaars’ genoemd. Ik heb mijn naam te danken aan mijn witte poederdons op mijn achterwerk oftewel een ‘witte dod-op-mijn-aars’, grappig hé?