Grasmus
Sylvia communis

Hoe zie ik eruit?
 

  • Ik heb een opvallende witte keel en een vaalwitte (vrouw) tot rozige (man) borst.
     

  • Mijn slanke poten zijn oranje en dragen mijn lijfje met lange staart.
     

  • Wanneer ik zing, zet ik graag mijn lichtrijze kopkap op.
     

  • Ik ben goed te onderscheiden van andere soorten dankzij mijn roestoranje vleugelkleur.
     

  • Ik ben vrij onopvallend in het dichte struikgewas, maar met een beetje geduld kan je me zien zingen vanop één van mijn zangposten.

32790405077_f09e3233b0_o.jpg

Foto: (c) Wim van Yperen

49845212701_fb9b9b2164_o.jpg

Hoe klinkt mijn lied?
 

Ik baken mijn territorium af door vanop verschillende zangposten mijn lied te laten horen. Meestal verkies ik de top van een struik of kleine boom, een paaltje of draad om gehoord te worden.

 

Mijn zang is een vrij korte, gevarieerde bijeenraping van melodieuze, rauwe en schelle noten: “chiechiwie-chiechiwie-chiwichoe” of “wichity wichity wichitoe’.

 

Wanneer ik alarm sla, laat ik een hard en krassig “tsjèrr” horen!

Grasmus
00:00 / 00:12

Foto: (c) Martin van der Ae

Bron: www.xeno-canto.org/580624 door Alain Malengreau

Wat eet ik?
 

Wanneer ik toekom in België bestaat mijn dieet voornamelijk uit insecten. Ik raap mijn kostje van sappige insecten bijeen door op zoek te gaan in het dichte struikgewas, door te wippen van de ene tak naar de andere in warrige bosjes of door ze uit de lucht te pikken. Tegen de herfst trek ik meestal naar het warmere zuiden en schakel ik over naar zoete bessen om genoeg energie te hebben voor de tocht.

Waar leef ik?
 

Ik vertoef graag in bosranden, in ruigten aan randen van akkers, slecht beheerde heggen of warrige spoorwegbermen. Daar vind ik mijn hoofdmaaltijd terug en kan ik snel schuilen bij gevaar. Ook doornige struiken zijn mijn ideale uitvalsbasis om zonder gestoord te worden mijn zang te laten horen. Soms vlieg ik plots op om mijn zang te laten weerklinken.

35556750916_862383d76c_o_edited.jpg

Foto: (c) Paul Schrama

Wist je dat?
 

Ik (het mannetje) bouw verschillende nesten om een vrouwtje aan te trekken. Wanneer ik mijn partner heb gevonden, maken we samen van één van deze nesten onze echte thuis. De voorbijgangers langs mijn nest verwelkom ik graag met mijn plotse zang die luidt: “Pleased-to-meet-you”, vriendelijk hé?